Tweede Kamer erkent potentie datacenter restwarmte: BENG-motie neemt belangrijke drempel weg

De Tweede Kamer heeft dinsdag de BENG-motie aangenomen om datacenter restwarmte te laten meetellen als ‘hernieuwbare energie’. Gebruik van datacenter restwarmte kan de gebouwde omgeving helpen verduurzamen en de energietransitie versnellen. Eerder onderzoek van de Dutch Data Center Association (DDA) wijst uit dat het potentieel aan restwarmte van de gehele industrie kan leiden tot een CO2-reductie van 600 kiloton, ofwel 17,5% van de opgave van 3,4 mton van de Klimaattafel Gebouwde Omgeving. Een nieuwe analyse in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en met inbreng van de DDA en Nederland ICT, bevestigt dit potentieel.

 

Positieve ontwikkelingen

Stijn Grove, Directeur van de DDA, voorziet dat datacenter restwarmte een belangrijke rol gaat spelen in de toekomst: “Het is belangrijk dat de komende jaren wordt ingezet op meer grootschalige pilots, en wordt onderzocht hoe bestaande bottlenecks kunnen worden opgelost. We zien onder onder onze deelnemers grote bereidwilligheid om te participeren en ook vanuit overheid en politiek wordt het initiatief breed gesteund.” Dit wordt mede bevestigd door de recente motie van Matthijs Sienot (D66) met het voorstel om restwarmte te laten meetellen als ‘hernieuwbare energie’. “Nu deze motie dinsdag  is aangenomen kan dit een enorm verschil maken om de doelstellingen van de BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen)-normering te realiseren,” aldus Grove.

 

Nieuwe analyse

In een nieuwe analyse, uitgevoerd door Berenschot en IF Technology, werden 114 commerciële datacenters meegenomen. De restwarmte van deze datacenters kan leiden tot een totale potentiële CO2-reductie van 410 kton. Bij het inventariseren van het realistisch potentieel van restwarmte uit datacenters keken de onderzoekers naar vier sectoren, te weten: bestaande woning- en utiliteitsbouw, nieuwbouw, glastuinbouw en zwembaden. Een aanzienlijk deel van de beschikbare datacenter restwarmte behoort tot het realistisch oftewel economisch rendabel potentieel, omdat commerciële datacenters doorgaans in de buurt staan van de gebouwde omgeving. Dit beperkt de kosten van de warmtenet infrastructuur. Verdere toelichting en uitwerking van dit potentieel kan worden teruggevonden in de Datacenter Kansenkaart.

Eerder onderzoek van de Dutch Data Center Association (DDA) naar het gehele Nederlandse potentieel van datacenter restwarmte wees op een CO2-reductie van 600 kiloton, ofwel 17,5% van de opgave van 3,4 mton van de Klimaattafel Gebouwde Omgeving.

 

Win-Win situatie

Digitalisering en energietransitie gaan hand in hand. “Het gebruik van restwarmte uit datacenters kan de energietransitie versnellen. De steeds verdergaande digitalisering zorgt voor een continue groei van de datacenter sector en dus het warmtepotentieel. Als één van de grootste datahubs ter wereld kan Nederland daarom ook internationaal een leidende rol op zich nemen”, ziet Grove. “Datacenters voorzien inmiddels in een groot gedeelte van hun energiebehoefte door middel van duurzame elektriciteit. Door gebruik van restwarmte wordt deze duurzame energie dan twee keer benut. En daarnaast kan het datacenter ook van de retourkoude uit de gebouwde omgeving profiteren.  

Nederland is een datacenter rijk land
met daardoor een enorm potentieel 
aan ‘groene’ warmte
(Bron: Greenvis)