
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceerde vanochtend nieuwe cijfers over het elektriciteitsverbruik van datacenters in Nederland. In 2024 verbruikten datacenters gezamenlijk 5.100 GWh elektriciteit, goed voor 4,6 procent van het totale elektriciteitsverbruik. Daarmee zet de groei van het verbruik door, zij het in een duidelijk lager tempo dan in voorgaande jaren.
De nieuwe cijfers schetsen een genuanceerd maar helder beeld. Het Nederlandse niveau is vergelijkbaar met dat van omliggende landen. Het verschil is echter dat het elektriciteitsverbruik van datacenters daar sneller blijft groeien, terwijl de groei in Nederland duidelijk afvlakt. Tegelijkertijd zijn er Europese landen waar datacenters een aanzienlijk groter aandeel hebben in het totale elektriciteitsverbruik, zoals Denemarken (circa 16 procent) en Ierland (circa 25 procent).
Die afvlakking is geen toeval. Enerzijds komen nieuwe datacenterprojecten nauwelijks nog van de grond. Bureaucratische processen, lange vergunningstrajecten en vooral netcongestie maken uitbreiding op veel locaties praktisch onmogelijk. Dit remt investeringen in economische groei, innovatie, verduurzaming en strategische autonomie, terwijl de vraag naar digitale diensten onverminderd blijft toenemen.
Anderzijds heeft de sector zelf grote stappen gezet op het gebied van efficiëntie. Door jarenlange investeringen verwerken datacenters vandaag de dag aanzienlijk meer data met relatief minder elektriciteit. Zuinigere hardware, slimmere koeltechnieken en een beter gebruik van capaciteit werpen aantoonbaar hun vruchten af.
Het is daarbij belangrijk om het elektriciteitsverbruik in breder perspectief te plaatsen. Elektriciteit vormt ongeveer 20 procent van het totale energieverbruik in Nederland en dat aandeel is al bijna twintig jaar relatief stabiel. Wat wel verandert, is de verdeling: traditionele sectoren verbruiken minder stroom, terwijl nieuwe sectoren zoals datacenters, elektrische mobiliteit en de elektrificatie van industrie en warmte juist groeien. Dat is geen probleem, maar een logisch gevolg van de energietransitie en verdere digitalisering.
Het beperkte groeivermogen van digitale infrastructuur is precies waar het recent gepubliceerde Wennink-rapport voor waarschuwt. Digitale ecosystemen zijn van groot economisch belang, maar ook essentieel voor de weerbaarheid van onze samenleving en cruciaal voor de verwezenlijking van onze economische, technologische en maatschappelijke ambities.
De CBS-cijfers gaan daarmee over meer dan elektriciteit alleen. Ze laten zien dat digitalisering en verduurzaming hand in hand kunnen gaan, maar ook dat beleid en infrastructuur moeten meebewegen. Als die ruimte ontbreekt, loopt Nederland het risico achterop te raken, juist op een moment dat digitale infrastructuur belangrijker is dan ooit.