
De Nederlandse datacentersector heeft zich in razend tempo ontwikkeld. Wat ooit begon als een grotendeels onzichtbare ruggengraat van onze digitale economie, is inmiddels een strategisch onderwerp in het publieke en politieke debat. Ter gelegenheid van het 10-jarig jubileum van de Dutch Data Center Association blikken we met voorzitter Michiel Eielts terug én vooruit.
“In 2015 begon een nieuw versnellingsmoment. De komst van cloud operators en het ‘Everything-as-a-Service’-model luidden een nieuw tijdperk in voor de sector.”
Die groei ging lang hand in hand met enthousiasme vanuit de samenleving. Gemeenten verwelkomden nieuwe datacenters als motoren voor werkgelegenheid en innovatie. Toch is het sentiment veranderd. Eielts wijst op het moratorium in Haarlemmermeer en Amsterdam als een kantelpunt, waarna de ruimte voor groei steeds verder onder druk kwam te staan.
“We willen als land wel de digitale voordelen, maar zonder de lasten die erbij horen. Dat is bijna surrealistisch.”
Toch ziet hij ook positieve ontwikkelingen. Het Draghi-rapport en de toenemende focus op AI en digitale infrastructuur bij het ministerie van Economische Zaken markeren een nieuw bewustzijn van het strategisch belang van datacenters.
“We zijn nog steeds een van de belangrijkste datacenterhubs ter wereld. Als we die positie willen behouden, moeten we investeren in onze digitale toekomst.”
Eielts sluit af met een optimistische noot: over de volwassen geworden sector, het belang van samenwerking, en de rol van de DDA als spreekbuis richting politiek en samenleving.
📘 Lees het volledige interview met Michiel Eielts in de jubileumeditie van ons rapport: