
De afgelopen dagen was er veel aandacht voor de rapportage van datacenters over hun energie- en watergebruik en de openbaarheid van die gegevens. De Dutch Data Center Association (DDA) vindt het belangrijk dat hierover een volledig en betrouwbaar beeld ontstaat. Om de beschikbare cijfers en ontbrekende gegevens goed te kunnen duiden, is inzicht nodig in de verschillende rapportageverplichtingen en de manier waarop deze zijn ingevoerd. In deze blog leggen we uit wat datacenters rapporteren, welke informatie openbaar wordt en hoe de rapportages zich ontwikkelen.
Een langere geschiedenis van rapporteren
Datacenters rapporteerden al vóór de huidige Europese verplichtingen over energiegebruik en energiebesparing, onder meer via de Meerjarenafspraken energie-efficiëntie (MJA). Deelnemende bedrijven maakten energiebesparingsplannen en rapporteerden over de voortgang. Binnen MJA3 werden deze plannen iedere vier jaar opgesteld. De openbare sectorresultaten boden gezamenlijk inzicht in de ontwikkeling van energie-efficiëntie.
EED: jaarlijks inzicht in energie en water
De herziene Europese Energie-efficiëntierichtlijn (EED) uit 2023 introduceerde een jaarlijkse rapportageplicht voor datacenters met minimaal 500 kilowatt geïnstalleerd IT-vermogen. Zij rapporteren onder meer over energiegebruik, watergebruik en restwarmte. De verplichting geldt ook voor datacenters binnen ondernemingen uit andere sectoren. In Nederland verzamelt RVO de gegevens en stuurt deze door naar de Europese Commissie.
Bij de invoering ontstond onduidelijkheid over bedrijfsvertrouwelijke informatie. De Nederlandse instructies vermeldden aanvankelijk dat bedrijven deze gegevens niet hoefden aan te leveren, omdat deze dan openbaar gemaakt zouden worden op de website van de RVO. De Europese gedelegeerde verordening vereiste wél aanlevering, wél met bescherming tegen openbaarmaking. Dit verschil droeg bij aan onvolledige rapportages. In 2026 zijn de Nederlandse instructies en het rapportageloket hiermee in lijn gebracht.
Datacenters moeten nu alle gevraagde gegevens aanleveren. Als antwoord kunnen zij gemotiveerd aangeven of het bedrijfsvertrouwelijk is en waarom. RVO publiceert de niet-vertrouwelijke gegevens; de Europese database biedt daarnaast geaggregeerde resultaten: samengevoegde cijfers waarin individuele bedrijfsgegevens niet herkenbaar zijn. Zo kunnen vertrouwelijke gegevens wel bijdragen aan inzicht op sectorniveau. De eerste Europese analyse liet zien dat deelname en datakwaliteit nog verbetering behoeven. Als DDA zetten wij ons samen met de RVO in om deze kwaliteit elk jaar verder te verbeteren. Deze geaggregeerde resultaten zijn ook via het dashboard van de Europese Commissie in te zien.
Bij de rapportage vragen twee punten om verduidelijking. Ten eerste kunnen bedrijven gegevens niet zonder meer als bedrijfsvertrouwelijk aanmerken. Volgens RVO moeten zij binnen het kader van de Wet open overheid (Woo) onderbouwen waarom het belang van vertrouwelijkheid zwaarder weegt dan het belang van openbaarheid over het energiegebruik. Beschermde gegevens worden niet individueel gepubliceerd, maar tellen wel mee in de geaggregeerde resultaten.
Ten tweede hanteren het DDA-rapport State of the Dutch Data Centers (SODD) en RVO verschillende maatstaven voor datacentercapaciteit. Voor de rapportageplicht kijkt RVO naar het vermogen van de daadwerkelijk geïnstalleerde IT-apparatuur. Een locatie kan daardoor in het SODD boven de grens uitkomen, terwijl zij voor de rapportageplicht nog onder die grens valt. De aantallen zijn daarom niet rechtstreeks vergelijkbaar.
Een Europees label voor individuele datacenters
Op 21 september 2026 presenteerde de Europese Commissie een voorstel voor een gezamenlijk beoordelingssysteem. Labels moeten de prestaties van individuele datacenters inzichtelijker en beter vergelijkbaar maken, onder meer voor energie-efficiëntie, watergebruik en emissiearme energie.
De DDA ziet dit als een belangrijke volgende stap. Het voorgestelde label houdt echter nog onvoldoende rekening met verschillen in functie, locatie en klimaat, en met de afweging tussen energie- en watergebruik. Een koeltechniek die water bespaart, kan bijvoorbeeld meer elektriciteit vragen. De beoordelingscriteria moeten voorkomen dat bepaalde technieken hierdoor bij voorbaat worden benadeeld. Het is positief dat ook restwarmtebenutting en de bijdrage aan het energiesysteem aandacht krijgen. Verdere verfijning is nodig om prestaties eerlijk te vergelijken en innovatie te stimuleren.
Andere verplichtingen richten zich op besparing
Naast deze jaarlijkse datacenterrapportage bestaan verplichtingen met een ander doel:
- EED-energie-audit: brengt energiestromen en besparingsmogelijkheden binnen de onderneming in kaart. De herziene regels maken energiegebruik bepalend voor de auditplicht of de verplichting tot een energiebeheersysteem. De Nederlandse invoering wordt eind 2026 verwacht.
- Informatieplicht energiebesparing: verplicht bedrijven die hieronder vallen iedere vier jaar te rapporteren over uitgevoerde besparingsmaatregelen, met de Erkende Maatregelenlijst als uitgangspunt.
- Onderzoeksplicht energiebesparing: vraagt bepaalde energie-intensieve locaties te onderzoeken welke maatregelen met een terugverdientijd van maximaal vijf jaar mogelijk zijn en hierover te rapporteren.
Daarnaast bestaan onafhankelijke statistieken. Zo berekent het CBS de elektriciteitslevering aan datacenters op basis van gegevens van netbeheerders. Deze bronnen vullen de bedrijfsrapportages aan.
De DDA werkt met betrokken instanties aan vollediger rapportages en een beter beeld van de rapportageplichtige locaties. Met duidelijkere instructies, bredere deelname en meer ervaring vertrouwen wij erop dat het inzicht in de sector de komende jaren verder zal verbeteren.

Afbeelding: Europese Unie duurzaamheidslabel voor datacenters