
Een verhaal met twee kanten
Wie het publieke debat over datacenters volgt, krijgt vaak een eendimensionaal beeld. Een kreet als “energieverslinders” blijft hangen, terwijl het hele verhaal veel rijker is. Ja, datacenters gebruiken elektriciteit, rekenkracht is immers nooit gratis, maar dat is slechts één kant van het verhaal. Zonder datacenters geen digitale diensten, geen digitale economie, geen AI. Onze samenleving kan namelijk niet meer zonder datacenters.
Wat echter vaak wordt vergeten: diezelfde infrastructuur kan juist een sleutelrol spelen in de verduurzaming van onze economie. Waar traditionele sectoren moeite hebben om te verduurzamen, geven datacenters juist duurzame waarde terug.
Een kwestie van efficiëntie
Het beeld dat datacenters per definitie energie verslinden, houdt geen stand als je naar de cijfers kijkt. Moderne datacenters behoren tot de meest efficiënte omgevingen om rekenkracht te leveren. Waar oudere serverruimtes in “bezemkasten of kantoorkelders” vaak een PUE (Power Usage Effectiveness) van 2,0 of hoger hadden, ligt dat in Nederland bij professionele operators vaak onder de 1,2. Dat betekent dat bijna alle energie direct wordt omgezet in rekenkracht. Door schaalvoordelen, geavanceerde koelingstechnieken en constante optimalisatie, gebruiken datacenters minder energie per berekening dan vrijwel elke andere vorm van IT-infrastructuur.
Bovendien draaien veel grote datacenters in ons land op duurzame energie, via langlopende contracten met wind- en zonneparken. Ze maken zo de financiering van die parken mogelijk en is een belangrijke reden dat Nederland nu meer dan 50% van de energieproductie uit duurzame bronnen haalt.
De Nederlandse kans voor structurele meerwaarde
Juist doordat datacenters zo efficiënt en duurzaam opereren, maakt datacenters een unieke speler in de energietransitie. Omdat ze zo doelmatig omgaan met stroom, ontstaat er ruimte om méér waarde terug te geven aan de samenleving.
Deze meerwaarde zien wij nu al met Nederlandse restwarmte initiatieven. Zo verwarmt het datacenter van Nikhef in Amsterdam al jaren meer dan duizend studentenwoningen via een warmtenet. In Groningen voorziet de restwarmte uit datacenters, ook wel datathermie genoemd, van QTS en Eurofiber meer dan 5000 woningen van warmte. Dit laat de Nederlandse innovatiekracht zien. Landelijk zijn er circa dertig projecten gerealiseerd of in voorbereiding. Maar dit zijn nog steeds losse initiatieven, geen onderdeel van een nationaal plan.
Naast de datathermie is het ook mogelijk om datacenters slim te koppelen aan de energie-infrastructuur. Opwek en afname zijn efficienter als ze samen worden gepland. Denk aan clustering bij offshore windparken die direct buiten de grid leveren, batterijparken en toekomstige waterstof installaties of SMR’s. Of aan AI-workloads die slim gepland worden op momenten van overschot aan duurzame stroom. Of bijvoorbeeld door middel van de noodstroom voorzieningen die met schaal en flexibiliteit helpen om de stroompieken op het elektriciteitsnet te verlagen.
Nederland heeft alle ingrediënten en kwaliteiten om deze belangrijke rol op het gebied van verduurzaming en vergroening toe te passen. We benutten dit potentieel echter nog onvoldoende. Wat ontbreekt, is een integrale aanpak. Vergunningstrajecten voor warmtenetten duren te lang, woningbouw- en energienetten worden zelden samen met de digitale infrastructuur gepland, en het publieke beeld blijft te vaak hangen bij verkeerde aannames.
Van obstakel naar katalysator
Een datacenter kan net zo goed een stadsverwarmingscentrale zijn, het verschil zit in de integratie. Als we dat goed organiseren, worden datacenters niet alleen gebruikers van energie, maar ook leveranciers van warmte en flexibiliteit voor het net. Daarmee veranderen ze van obstakels naar katalysatoren van de energietransitie.
Wie datacenters ziet als onderdeel van de oplossing, opent de deur naar een CO₂-neutrale toekomst waarin Nederland niet alleen digitaal, maar ook energetisch vooroploopt.