
De digitale transitie is niet meer weg te denken uit onze samenleving. Datacenters, kunstmatige intelligentie (AI) en digitale infrastructuur zijn cruciale pijlers geworden voor de Nederlandse economie en samenleving. In de verkiezingsprogramma’s van de Tweede Kamerpartijen zijn hierover uiteenlopende standpunten te vinden. Wij analyseerden de programma’s en selecteerden de meest relevante uitspraken, verdeeld over vier thema’s: Beschermen, Kansen, Randvoorwaarden en Organiseren.
Beschermen: digitale soevereiniteit en weerbaarheid
Haast alle partijen benadrukken dat Nederland en Europa minder afhankelijk moeten worden van buitenlandse technologie en infrastructuur. Cybersecurity en bescherming van vitale netwerken staan daarbij hoog op de agenda. Een greep uit de programma’s:
- VVD: “Anders worden we sterk afhankelijk van de VS en China.”
- GroenLinks-PvdA: “Nederland kent veel innovatieve ICT-bedrijven, maar is toch afhankelijk van Amerikaanse en Chinese leveranciers.”
- NSC: “Voor onze weerbaarheid is het noodzakelijk dat we een hogere mate van digitale autonomie bereiken, vooral op cruciale onderdelen als cloud-infrastructuur.”
- Partij voor de Dieren: “Nederlandse data worden zo veel mogelijk opgeslagen in datacenters van Nederlandse of Europese bedrijven, zodat deze niet vallen onder Amerikaanse of Chinese wetgeving.”
- JA21: “Investeer in een nationale cloud onder Nederlandse wetgeving. Geen Amerikaanse of Chinese toegang tot onze data.”
- D66: “we zorgen voor digitale onafhankelijkheid, van de cloud en infrastructuur tot apps en algoritmes. We kiezen voor Europese oplossingen en stevige handhaving van Europese regels.”
Kansen: innovatie en economische groei
Digitalisering en AI worden breed gezien als motor voor groei en innovatie. Partijen willen investeren in nieuwe technologieën, het mkb ondersteunen en Nederland voorop laten lopen. De bouw van een AI-fabriek in Groningen wordt in verschillende programma’s expliciet genoemd. Voor datacenters wordt daarbij ook een rol gezien in het versterken van de Europese autonomie. Een greep uit de programma’s:
- VVD: “Kunstmatige intelligentie heeft de toekomst. Het is tijd dat we meer redeneren vanuit kansen, dan vanuit angst.
- GroenLinks-PvdA: “We investeren in de ontwikkeling van veilige en publieke AI-toepassingen die bijdragen aan maatschappelijke vooruitgang.”
- D66: “We kunnen de kansen van de digitale wereld gebruiken om de samenleving sterker te maken, eerlijk en binnen de kaders van de rechtsstaat.”
- CDA: “We stimuleren de bouw van Europees-autonome datacenters.”
- Volt: “We stimuleren actief de ontwikkeling van kwantumtechnologie en haar toepassingen om Nederland een sterke onafhankelijke positie te geven ten opzichte van andere grootmachten.”
- NSC: “We steunen de oprichting van een AI-fabriek in Groningen die rekenkracht, data en talent beschikbaar maakt voor het mkb en strategische sectoren.”
Randvoorwaarden: energie, vaardigheden en duurzaamheid
Energievoorziening en scholing vormen cruciale randvoorwaarden. Netcongestie oplossen en voldoende ICT-talent opleiden worden breed gedeeld, al is de manier waarop vaak beperkt uitgewerkt. Over de rol van datacenters lopen de meningen daarbij uiteen: sommige partijen zien kansen mits duurzaam, anderen stellen juist grenzen. Een greep uit de programma’s:
- PVV: “Netcongestie oplossen!”
- SP: “We investeren in zaken als het energienet om congestie aan te pakken en ruimte te scheppen voor de economie.”
- CDA: “We pakken de netcongestie voortvarend aan.”
- VVD: “We richten ons onderwijs meer in op techniek en op het opleiden van vakpersoneel”
- NSC: “Technisch talent is schaars maar wel broodnodig. We investeren in technisch talent.”
- Groenlinks-PvdA: “We verbreden het Actieplan Duurzame Digitalisering en leiden genoeg ICT’ers op voor een groene digitale toekomst.”
- Volt: “Nieuwe datacenters worden onderdeel van de Europese ‘techinfrastructuur’. De overheid neemt hierin de leiding en koppelt die aan ons water- en energiebeleid.”
- Partij voor de Dieren: “Er komt een rem op de bouw van datacenters.”
- NSC: “We dragen zorg voor de aanleg en het onderhoud van onze digitale infrastructuur. Datacentra moeten passen in het landschap en er moet slim omgegaan worden met energietoevoer en restwarmte.”
Organiseren: de rol van de overheid
Ook over de manier waarop de overheid digitalisering moet organiseren, verschillen de meningen sterk. Sommige partijen willen een Ministerie van Digitale Zaken, anderen benadrukken het belang van scherper toezicht of juist meer deregulering en vertrouwen in de markt. Een greep uit de programma’s:
- NSC:“We voeren een Ministerie van Digitale Zaken en Staatsmodernisering in.”
- Volt: “We volgen niet alleen de trends, maar zijn ook innovatieve trendsetter om zo de toekomstbestendigheid van onze samenleving te garanderen. Hiervoor is een ministerie van Digitale Zaken nodig.”
- BBB: “De overheid moet de brug tussen burger en overheid veel sterker maken in de digitale transformatie.”
- VVD: “We vertrouwen ondernemers, dus zetten we het mes in papierwerk.”
- CU: “De overheid reduceert de regeldruk en wordt een stabiele en betrouwbare partner voor bedrijven.”
- SP: “Een ministerie van Digitale Zaken zorgt voor om zowel de digitalisering binnen de overheid als daarbuiten in goede banen te leiden”
Conclusie
Uit de verkiezingsprogramma’s spreekt brede erkenning van het belang van digitalisering en AI voor de toekomst van Nederland. Alle partijen zien kansen, maar verschillen in de mate waarin zij inzetten op duurzaamheid, overheidsregie of juist marktwerking.
Toch geldt één constante: zonder digitale slagkracht is geen enkel verkiezingspunt uitvoerbaar – niet de zorg, niet de energietransitie, niet de veiligheid.
Het debat over digitale of AI-infrastructuur gaat dwars door politieke scheidslijnen en sectorale belangen heen. Waar spoorwegen, elektriciteitsnetten en internet in eerdere tijdperken strategische assets waren, is dat nu AI-rekenkracht. Investeren in internationale positie en technologische capaciteit betekent investeren in strategische autonomie.
Datacenters spelen hierin een sleutelrol. Voor sommigen zijn het bouwstenen van Europese autonomie en innovatie; voor anderen vooral een risico voor energievoorziening en duurzaamheid. In de komende kabinetsperiode zal blijken welke koers Nederland kiest.
De keuze is scherp: bouwen we nu aan de digitale en AI-infrastructuur en claimen we een leidende positie, of sluiten we straks achteraan in de rij van digitale volgers?
