Kamervragen over brief DDA aan minister Wiebes

Op 17 april 2018 heeft de DDA een brief gestuurd naar minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat, met daarin een oproep tot actie met betrekking tot de stroominfrastructuur en -capaciteit van de toekomst.

In de brief, zie hier, leggen wij de precaire situatie uit die voor onze industrie dreigt te ontstaan. Wij hopen dat we op deze wijze de urgentie van de problemen duidelijk kunnen maken en tevens momentum kunnen generen om met alle partijen tot een gezamenlijke en snelle oplossing te komen.

Vanwege alle media-aandacht rondom deze brief, heeft Tom van der Lee, Tweede Kamerlid voor GroenLinks, Kamervragen gesteld aan minister Wiebes en staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat.
Dhr Van der Lee houdt zich bezig met alles waar de sector zich mee begeeft, te weten Klimaat, Energie, Topsectorenbeleid en Digitalisering. Zijn profiel: https://groenlinks.nl/mensen/tom-van-der-lee

Vragen van het lid Van der Lee (GroenLinks) aan de Minister en Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over de risico’s die de overbelasting van de elektriciteitsvoorziening brengt voor de digitale koppositie van Nederland (ingezonden 4 mei 2018). Ref. 2018Z08358. 
 
Vraag 1 
Kent u het bericht «overbelasting van stroomsector brengt digitale koppositie van Nederland in gevaar? 
Klopt het dat u ook een brief van de Dutch Data Center Association (DDA) over deze problematiek heeft ontvangen? 
 
Vraag 2
Klopt het dat er al sprake is van een dreigend tekort aan stroom op favoriete vestigingslocaties voor datacenters, zoals Schiphol, het Science Park in Amsterdam en Amsterdam Zuid-Oost? 
 
Vraag 3
Dient de recente stroomstoring op Schiphol als een uiting van een gebrek aan stroom in deze regio gezien te worden? 
Zo nee, wat was dan de exacte oorzaak van die storing? 
 
Vraag 4 
Klopt het dat een «flink datacenter» ongeveer 10% van de stroombehoefte van Amsterdam vertegenwoordigt? 
 
Vraag 5 
Als er inderdaad sprake is van een dreigend gebrek aan stroom dat de komst van nieuwe Datacenters verhinderd, wordt dat dan veroorzaakt door de combinatie van de volgende drie oorzaken, te weten 
(a) de nieuwbouw van kantoren en woningen in die regio, 
(b) het gebrek aan vakkrachten, en 
(c) de extra capaciteit die nodig is om de via zon- en wind opgewekte energie te transporteren? 
Zo nee, welke andere factoren spelen dan verder nog mee? 
 
Vraag 6 
Is het bijvoorbeeld juist dat het aanvragen van benodigde vergunningen voor zaken die rond een (nieuw) datacenter onder de grond moeten worden aangelegd tot veel vertraging leidt? 
Vraag 7 
Welke stappen gaat u nemen om deze problematiek op te lossen? 
 
Vraag 8 
Bent u bereid aan te geven wat u vindt van de drie suggesties die de DDA per brief aan u heeft voorgelegd, te weten 
(a) om een werkgroep met een mandaat en middelen te formeren om te investeren in de stroominfrastructuur, 
(b) te onderzoeken of vergunningstrajecten verkort kunnen worden en 
(c) te bevorderen dat de investeringshorizon van stroomleveranciers (nog) beter gaat aansluiten op de snelle ontwikkelingen in de digitale markt? 
 
Vraag 9 
In het geval u van mening bent dat deze suggesties al onderdeel van staand beleid zijn of daar juist mee botsen, kunt u dan aangeven welke andere stappen er dan wel mogelijk en wenselijk zijn? 
 
Vraag 10
Kunt u tot slot bevorderen dat deze problematiek ook aan de elektriciteitstafel van de onderhandelingen over het klimaatakkoord besproken wordt?