Datacenters, energie & warmte: waarom we voorwaardelijk optimistisch mogen zijn

Op 20 juli j.l. publiceerde de website Follow the Money een uitgebreid artikel en een follow-up artikel over het energieverbruik van datacenters en de aanleg van warmtenetten voor restwarmte hergebruik. Met de toenemende digitalisering en de huidige energietransitie snijdt auteur Hanno Bakkeren belangrijke en urgente onderwerpen aan. Echter, met de titel van het artikel wordt gelijk de toon gezet voor een eenzijdig en onvolledig beeld. Gezien de complexiteit van de onderwerpen en de schaal van de uitdagingen is nuance juist essentieel. In deze reactie belichten wij daarom graag de andere kant van het verhaal omtrent datacenters, energie en warmte.

De kritiek van Bakkeren richt zich voornamelijk op het desillusioneren van drie ambities, namelijk de ambitie van datacenters om toegang te kunnen krijgen tot voldoende, het liefst groene energie, de ambitie van datacenters, buurtbewoners en gemeente om restwarmte te gebruiken voor het verwarmen van woonwijken, en tot slot de ambitie van Amsterdam om de energietransitie tot een succes te maken. Daarnaast stelt Bakkeren de vraag wat hier überhaupt tegenover staat in termen van het economisch nut van datacenters. Hoewel bepaalde doelstellingen vanuit de status quo zonder twijfel lastig te behalen zijn, belichten we in dit artikel waarom er zeker reden is om voorwaardelijk optimistisch te zijn.

Om de context van deze situatie te begrijpen, zoomen we in het eerste deel in op de positie van Nederland als datacenter hub. Want wat is de economische en maatschappelijke meerwaarde van het hebben van een internetknooppunt? Waarom centreert het datacenter landschap zich in Amsterdam en waarom is het verplaatsen of verspreiden van een cluster zo complex? We zullen eerst ingaan op deze vragen, vervolgens op het energievraagstuk en tot slot op het datacenter restwarmte dossier.

ONS ARTIKEL OP ÉÉN FLOPPY

Datacenters zijn economisch belangrijk voor heel Nederland
Datacenters zijn nodig voor onze verdere digitalisering; voor de zelfrijdende auto’s van de toekomst, 5G-systemen en voor ander snel online verkeer. Met de verwachting dat 60% van ons wereldwijde inkomen gedigitaliseerd zal zijn, is dit duidelijk de industrie van de toekomst. Bovendien trekken datacenters vele digitale bedrijven en innovators, zoals Netflix, Booking.com en Adyen aan, waarmee er volgens het CBS indirect tienduizenden banen door de sector gecreëerd worden.
Datacenters zorgen voor energie efficiëntie vanwege centraliseren IT
Datacenters verbruiken veel stroom maar gezien het enorme belang voor de economie en samenleving is dit geen vreemde zaak. Het IEA ziet de datacenter sector verantwoordelijk voor ongeveer 1% van de wereldwijde vraag naar elektriciteit. Dat is de prijs die we betalen voor de digitale consumptie waar we allemaal verantwoordelijk voor zijn, want data gebruiken we allemaal. Een alternatief voor datacenters zou een decentralisatie van IT zijn, waarmee heel veel energie efficiëntie verloren zou gaan. Onze honger naar data zal in de toekomst zeker niet minder worden, en datacenters zijn dubbel zo efficiënt en die efficiëntie neemt toe. Cijfers van het IEA laten zien dat de exponentiële groei van datagebruik niet heeft geleid tot een evenredige groei van het energieverbruik.
Restwarmte heeft zeker wel potentie; maar praktijkvoorbeelden zijn nodig
De restwarmte filosofie is geen utopie, zoals het Stockholm Data Center Park laat zien, waar datacenter restwarmte wordt gebruikt voor het verwarmen van 10.000 gebouwen, via een warmtenet en met verschillende bronnen. Maar ook in Nederland gerealiseerde projecten (bv de Eindhoven High Tech Campus en Aalsmeer) bewijzen dat. En de toekomst biedt vele kansen; er gaan nog enorme slagen gemaakt worden in de innovaties van warmtepompen, de stroommix zal vergroenen en uit concrete projecten wordt lering getrokken. Dat maakt elke situatie uniek en concrete projecten als Middenmeer-Noord zo ontzettend belangrijk voor de toekomstige energiekaart van Nederland die steeds verder ingevuld zal worden.
Sector al jaren in gesprek en blijft dit ook doen in de toekomst
De beschikbaarheid van groene energie is een maatschappij breed probleem, wat zich in elke sector afspeelt. Het beschikbaar stellen van pure, groene stroom – het liefst van eigen bodem – is een serieuze uitdaging die moet worden opgepakt, maar die wel grotendeels buiten de macht van de sector ligt. Door de verdere digitalisering zijn de datacenters here to stay; en de energietransitie ook. We kunnen als samenleving niet zonder beide transities. Dat maakt dat er gezamenlijk gewerkt moet worden aan dit collectieve probleem. Op de weg naar een ideale eindsituatie zijn er talloze oplossingen. Zo blijven we gezamenlijk de mogelijkheden opnieuw scherpstellen en komen we stap voor stap steeds dichterbij een eindresultaat met daarin ruimte voor digitalisering én de energietransitie.

WAAROM HEBBEN WE EEN INTERNETKNOOPPUNT?

Het internet is ontstaan vanuit een gedachte van het koppelen van netwerken. Men kwam er al heel snel achter dat het heel praktisch was om dit via centraal gelegen internetknooppunten oftewel Internet Exchanges (IX) te doen. Daarbij was het praktisch en efficiënt om die koppelpunten in locaties te vestigen waar al veel data netwerken samenkwamen. In Nederland ontstonden zo eerst de AMS-IX en later NL-IX, in Frankfurt de DE-CIX en in London de LINX. Met twee van de grootste internetknooppunten van de wereld binnen haar grenzen, is Nederland hierin uniek. 

Deze internetknooppunten bieden digitale bedrijven die online applicaties hebben de mogelijkheid om hun eindgebruikers eenvoudig te bereiken door de grote toegang via de aangesloten netwerken. Daarnaast is er door de directe koppeling met al die netwerken ook een kostenbesparing en een snelheidsvoordeel, ook wel een lage latency genoemd, waardoor applicaties beter werken en waardoor gebruikers niet afhaken en een hoge kwaliteit van de online services ervaren. Zo is ‘het internet’ op die plekken gestart met groeien. 

Een logisch gevolg hiervan, was dat elke uitbreiding in de buurt van die knooppunten plaatsvond, en al snel groeide het aantal commerciële datacenters, die hun ruimte deels verhuren, rondom deze knooppunten. Doordat deze online bedrijven steeds meer bij elkaar kwamen werd er een steeds groter groeiend ecosysteem gecreëerd van bedrijven die onderlinge diensten leverden op het gebied van content delivery, public clouds, beveiligingsbedrijven, payment bedrijven, nieuwe netwerken en andere online diensten. Door van elkaars diensten gebruik te maken kunnen de digitale bedrijven sneller groeien, kosten besparen en focus houden op hun core business. Hier zit een zelfversterkende dynamiek in wat de clustering van datacenters positief beïnvloedt.

“Amsterdam is een hub geworden voor tech-bedrijven, goed voor 69.000 banen. Meer dan de horeca en detailhandel bij elkaar”

Hierdoor is Amsterdam een hub geworden voor techbedrijven, met een sneeuwbaleffect voor werkgelegenheid als gevolg. Het Parool schreef in april 2019 over de tech sector als banenmotor: Amsterdamse tech bedrijven zijn goed voor maar liefst 69.000 banen, meer dan de horeca en detailhandel bij elkaar. Iets meer dan de helft van die banen komt voort uit lokale bedrijven. De andere helft wordt gecreëerd door buitenlandse tech bedrijven als Uber, Netflix en Microsoft. 

DATACENTERS ZIJN ONMISBAAR VOOR NEDERLAND

Door de sterke groei van digitalisering en door de grote afhankelijkheid van digitale diensten zijn datacenters inmiddels onmisbaar voor de samenleving en economie. Veel organisaties ‘outsourcen’ hun IT naar deze professionele, veilige, energie efficiënte en goed uitgeruste plekken zodat ze zekerder zijn dat de IT altijd in de lucht blijft. 
Hierdoor vind je in heel Nederland datacenters. Er zijn concentraties in grote regionale hubs als Groningen, Rotterdam en onder andere Eindhoven. Daar zitten datacenters meestal rond de universiteitscampussen. Wetenschappelijk onderzoek vindt immers veelal via computerkracht plaats die in datacenters staat. De sterke groei heeft er ook toe geleid dat in de regio Amsterdam een internationale hub is ontstaan. Een digitale mainport die al meer dan 15 jaar harder groeit dan de haven van Rotterdam en luchthaven Schiphol, maar net als deze bedrijven de logistieke toegangspoort is naar Europa: Digital Gateway to Europe.
Een andere groep datacenters zijn hyperscales van grote internet platformen. Deze bedrijven bezitten en runnen zowel de IT als de datacenter faciliteiten. Ze zijn minder gebonden aan het ecosysteem van een internationale hub omdat ze alles zelf in de hand hebben. Maar het relatief ‘dichtbij’ hebben van een hub is essentieel voor hun diensten die veel en snelle verbindingen naar heel Europa nodig hebben.
Wat al deze datacenters met elkaar gemeen hebben, is dat ze meestal ‘koppelen’ via Amsterdam. Daar ligt onze sterke connectiviteit en daar bevindt zich een heel groot nationaal en internationaal ecosysteem. De datahub in de regio Amsterdam is belangrijk voor de hele Nederlandse industrie. Die internationale positie wordt weer versterkt door ons fijnmazige landelijke datacenter netwerk.

ECONOMISCHE IMPACT DIGITALE DIENSTEN EN INFRASTRUCTUUR

De veranderingen die digitalisering met zich meebrengt zijn niet meer te stoppen. De digitale economie is inmiddels de economie geworden; we zijn afhankelijk van digitale diensten voor onder andere onze financiën, onze gezondheidszorg, onderzoek, transport, communicatie, entertainment, voor winkelen en ons werk. Zonder digitale diensten komt alles tot een stilstand. Volgens onderzoeksbureau IDC zal rond 2022 meer dan 60% van het wereldwijde inkomen (het BBP) gedigitaliseerd zijn, met grote groei in elke sector. Bedrijven die niet digitaal transformeren, zullen op den duur niet overleven. Alle digitale diensten staan in datacenters en daarmee vormen datacenters het fundament van deze digitale economie.

Het economisch belang van sterke digitale connectiviteit is immens: de Nederlandse digitale economie is inmiddels goed voor 345.000 FTE’s – 4,4% van het totaal – en €104 miljard omzet, ruim 7,7% van het totale BNP (CBS, 2016, Deloitte, 2016). Bijna de helft van alle Nederlanders maakt gebruik van de cloud, en daarmee van een datacenter, volgens het CBS. De impact is enorm. Inmiddels is de datacenter- en cloud industrie verantwoordelijk voor ongeveer 20% van de buitenlandse directe investeringen in Nederland. En door de perfecte digitale infrastructuur is het een magneet voor de vestiging van techbedrijven in Nederland.

Zo kondigde Google eind juni 2019 aan hun datacenter capaciteit in Nederland uit te gaan breiden, en daarvoor ruim € 1 miljard euro investeren. De totale investering van Google in datacenters in Nederland sinds 2016 komt daarmee uit op € 2,5 miljard. Uit onderzoek van Pb7 Research blijkt dat  Nederlandse datacenters rechtstreeks € 784 miljoen bijdragen aan het BBP. De totale directe, indirecte en afgeleide impact van de Nederlandse multi-tenant datacentermarkt aan het BBP bedroeg iets meer dan € 1,5 miljard in 2018. Dit zal aanzienlijk blijven groeien, ruim boven het BBP-gemiddelde van Nederland.

Alle Nederlandse datacenters bij elkaar hebben samen ca 4.800 werknemers in dienst (PB7, 2019), en indirect zorgt de industrie voor de creatie van 12.800 banen. In de komende vijf jaar zullen er 1.300 banen worden gecreëerd in de datacenters zelf, en daarnaast nog 1.600 banen in de supply chain.

Economische impact datacenters
Bron: DDA

WAT HEB JE ECONOMISCH GEZIEN AAN ZO’N DATA(CENTER)-KNOOPPUNT?

Al deze digitale diensten staan in datacenters om een goede en snelle service te kunnen leveren aan klanten. De meeste diensten moeten zo dicht mogelijk bij elkaar staan in datacenters of in datacenters die bij elkaar in de buurt staan, omdat dit veelal geaggregeerde digitale diensten zijn; de meeste digitale diensten/apps zijn opgebouwd uit diensten van verschillende toeleveranciers en indien hier latency of vertraging optreedt, haken de klanten af en dus valt het business model in duigen. Dit ‘digitale markt/ecosysteem model’ is naast de groei van internetverkeer de voornaamste reden van de groei van data hubs en inmiddels is zelfs het meeste dataverkeer direct tussen de verschillende klanten van datacenters, ook wel interconnectie genoemd.
De groei van de datacenter industrie is hand in hand gegaan met de groei van de toeleveranciers van datacenters. Dit is ook een van de redenen dat steeds meer bedrijven naar Nederland willen komen. Door de grootte van de industrie in Nederland is er naast een digitaal ecosysteem ook een zeer groot toeleverings ecosysteem voor het ontwerpen, bouwen, onderhouden en testen van datacenters. waar vele duizenden mensen elke dag in werken.

ROUTE VOOR ENERGIE

Door IT te centraliseren in datacenters worden grote slagen in energie-efficiëntie bereikt. Hoe meer bedrijven hun IT bij professionele datacenters zetten, hoe energie efficiënter onze IT zal worden. Interessant is dat de exponentiële groei van ons datagebruik niet heeft geleid tot grote groei van het energieverbruik wereldwijd (bron: Internationaal Energie Agentschap en CE Delft). Dit komt mede doordat de afgelopen 10 jaar steeds meer digitale toepassingen zijn gemigreerd naar datacenter- en cloud-infrastructuren en een vergaande efficiëntie verbetering van de gebruikte server technologieën bij datacenters. In andere woorden: de datacenter industrie heeft met enorme stappen in energie-efficiëntie bijgedragen aan het beperken van de groei van de vraag naar elektriciteit.

Data toename vs energieverbruik datacenters
Bron:
Internationaal Energie Agentschap

Datacenters verbruiken veel stroom maar gezien het enorme belang voor de economie en samenleving is dit geen vreemde zaak. Het is anders dan andere industrieën, namelijk, een geheel geëlektrificeerde industrie. Het IEA ziet de datacenter sector verantwoordelijk voor ongeveer 1% van de wereldwijde vraag naar elektriciteit. Dat is de prijs die we betalen voor de digitale consumptie waar we allemaal verantwoordelijk voor zijn, want data gebruiken we allemaal. Ter context:  een Google zoekopdracht is goed voor zo’n 0.0003 kWh aan stroom; 1 uur video streaming op een video platform is goed voor zo’n 0.0013 kWh. Datacenters staan dag en nacht aan om digitale diensten voor particulieren, bedrijven en instanties draaiende te houden. In Nederland, als een van de sterkst gedigitaliseerde landen, komt het neer op een totaal stroomverbruik van 4 miljard kWh in de Nederlandse datacenters. Dat is 1% van het totale energieverbruik – en 3% van het totale stroomverbruik.

Bijna alle datacenters rond Amsterdam zijn commerciële datacenters ofwel colocatie-partijen. Dat betekent dat zij hun datacenterruimte verhuren aan derden, hun klanten. Die organisaties bezitten de IT en zijn daarmee verantwoordelijk voor de operatie van hun IT en het doorvoeren van efficiënte maatregelen op hun hardware en software. Gezien het professionele karakter van de online industrie zijn de klanten van datacenters inmiddels ook ver in het doorvoeren van efficiënte maatregelen op hun systemen en software. De snelle verbetercycli van virtualisatie, software en nieuwe hardware levert vaak direct voordeel op qua performance, kosten en energiebesparing. Datacenters zelf focussen op de efficiëntie aan de facilitaire kant, veelal samengevat in een lage PUE en voornamelijk op het gebied van koeling en stroomvoorziening.

 

BESTAAND BELEID ROND DATACENTER EFFICIËNTIE

Vanaf 1992 heeft de overheid in het kader van het energiebesparingsbeleid met een groot aantal sectoren een meerjarenafspraak (MJA) afgesloten ter verbetering van de energie-efficiëntie. De eerste (MJA1) afspraken betroffen individuele sectorale afspraken met een looptijd tot 2010. Wegens succes is het instrument na 2010 gecontinueerd met nog eens tien jaar tot 2020.

Aanhoudende inspanningen van de datacenter en de IT-industrie om de energie-efficiëntie te verbeteren, evenals overheidsbeleid ter bevordering van beste praktijken, de MJA, zullen van cruciaal belang zijn om de vraag naar energie de komende decennia onder controle te houden. Dit is ook de reden dat wij als datacenter sector sinds jaren zeer betrokken zijn bij de Erkende Maatregelenlijst waar we samen met de overheid dit steeds toetsen. 

Speciaal in Amsterdam is er reeds jaren ook een vestigingsbeleid voor datacenters. De sector werkt intensief samen met de gemeente en er is in samenwerking met de gemeente meerdere malen over de steeds verdergaande efficiëntie in datacenters gepubliceerd zoals in 2008 en 2014. In Europa is deze samenwerking tussen de overheid en de sector uniek en heel ver wat ertoe heeft geleid dat datacenters uit Amsterdam tot de meest efficiënte datacenters in Europa behoren. Nieuwe datacenters moeten een efficiëntie hebben, gemeten in PUE van onder de 1,2, en bestaande datacenters moesten hun facilitaire installaties aanpassen zodat ze onder de 1,3 uitkwamen. 

 

MEER NETCAPACITEIT NODIG VOOR DIGITALISERING EN ENERGIETRANSITIE

Ons stroomnet is nooit ontworpen voor digitalisering en de gelijktijdige energietransitie. We zullen samen moeten kijken hoe we van koers kunnen veranderen om op die ontwikkeling in te spelen. Dit is in 2015 al aangekaart door de sector en sindsdien zijn we in gesprek met netbeheerders en overheden. Op die weg bevinden zich hobbels, die met name beleidsmatig van aard zijn, waardoor netbeheerders niet kunnen inspelen op de snelle groei van onze digitaliserende maatschappij. De huidige Regionale Energie Strategieën (RES-sen), welke onderdeel vormen van de uitvoering van het Klimaatakkoord, compliceren door hun regionale focus het nationale belang en efficiënte plaatsing van datacenters voor nu en in de toekomst. 

Het netcapaciteit dossier is te lang genegeerd en blijven liggen, de eerste rapporten die noodzakelijke netverzwaringen vragen dateren van rond de eeuwwisseling. Noodzakelijke acties om in voldoende capaciteit te voorzien zijn achtergebleven op de realiteit en er zal qua investeringen en in aanpassingen van regulering veel moeten gebeuren in korte tijd want anders kunnen we Nederland niet van het gas af krijgen, aan het elektrisch koken en elektrisch rijden helpen, waterstof opwekken en de digitaal koploper worden. Voorbeelden zijn de grote problemen in Groningen en Drenthe met het aansluiten van duurzame bronnen en het arrest Schenkeveld (juni 2019) die de netbeheerder in het ongelijk stelt en actie vereist. Dit staat nog los van de uitdagingen om de onbalans in opwek en afname in zowel plaats als tijd op te lossen.

 

PLANNING EN VISIE ESSENTIEEL VOOR VERLAGEN DRUK AMSTERDAM

Met het oog op de toekomst en de visie die hiervoor nodig is, werken we al sinds 2017 samen met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze samenwerking heeft geleid tot een Ruimtelijke Strategie Datacenter, waarin met een concrete routekaart wordt uitgezet hoe we alle hubs in Nederland verder kunnen uitbouwen en hoe we op korte en op lange termijn kunnen omgaan met de stroom problematiek en andere uitdagingen op het gebied van steeds verdere digitalisering en de groei van infrastructuur die hiervoor nodig is. Dit komt duidelijk naar voren in het onlangs gepubliceerde document van het ministerie van BZK en REOS omtrent digitale randvoorwaarden:

  • Korte termijn (2019-2022) – voorlopig wordt het ‘energietekort’ ten dele opgelost door de mogelijkheden in het gebied Almere, Zeewolde, Lelystad, Dronten te benutten. Zowel in (groot) Amsterdam als Almere zal op korte termijn overigens wel een aanpassing van de energie-infrastructuur nodig zijn.
  • Middellange termijn (2022-2030) – voor deze termijn wordt een nadere studie uitgevoerd naar de ontwikkeling van een resilience cluster in de zuidelijke Randstad (en Middenmeer)  en hoe er kan worden voldaan aan vestigingseisen ten aanzien van latency, arbeidsmarkt, restwarmte en het ICT-ecosysteem.
  • Lange termijn (2030 en later) – hiervoor dienen de mogelijkheden voor een nieuw data cluster aan de west- en zuidflank van Amsterdam bij de aanlandingslocatie van wind op zee verkend en uitgewerkt te worden.
Routekaart Ruimtelijke Datacenter Strategie
Bron: Digitale randvoorwaarden voor de toplocaties in de REOS-regio’s

GROEN, GROENER, GROENST

Stel nu dat we deze planning naleven en het ons lukt om de stroomcapaciteit een upgrade te geven. De stroom zelf, of eerder het vergroenen ervan, vormt ook een uitdaging. Datacenters zijn volledig elektrisch en 80% van de datacenters draait volledig op groene stroom. Bakkeren brengt hierbij aan het licht dat de buitenlandse GvO’s die consumenten en bedrijven inkopen, niet garanderen dat die stroom ook daadwerkelijk groen is. Ook de duurzaamheidsgraad van de relatief kleine hoeveelheid opgewekte groene stroom uit Nederland is te betwisten. Bakkeren concludeert dan ook dat datacenters hierdoor verantwoordelijk zijn voor enorme hoeveelheden CO2 uitstoot middels de groen-grijze stroom die zij inkopen. 

Ons inziens is het vreemd dat een maatschappijbreed probleem, dat zich aan het begin van vrijwel elke supply chain bevindt, wordt afgeschoven naar een tussenpartij die zelf juist alle mogelijke maatregelen neemt om te verduurzamen. Het beschikbaar stellen van pure, groene stroom – het liefst van eigen bodem – is een serieuze uitdaging die moet worden opgepakt, maar die wel grotendeels buiten de macht van de sector ligt. Wel zijn datacenters welwillend om mee te denken en hebben zij zeker ook interesse om hierin te investeren als collectief als de mogelijkheid zich voordoet.

Waar datacenters echt impact op kunnen hebben in de keten, is energie efficiëntie. Nederlandse datacenters hebben middels eigen innovaties een historisch lage PUE weten te bereiken. Dat heeft ertoe geleid dat het outsourcen van IT diensten veel efficiënter is gebleken (CE Delft 2014) dan in-house oplossingen. 

“IT uitbesteden in datacenters is veel efficiënter in vergelijking met in-house oplossingen” 

Het verder verbeteren van de PUE is een natuurlijk gegeven voor datacenters, immers stroomgebruik is een behoorlijke operationele kostenpost. Of een PUE van 1.0 ooit bereikt zal worden, is de vraag. Wel is duidelijk dat verdere optimalisatie van PUE kunnen worden bereikt door innovaties binnen de datacenters. Wel zijn er nog enorme verwachtingen voor verder energie efficiëntie door innovaties in computer hardware. Fabrikanten maken steeds snellere processoren die steeds minder energie verbruiken. Het aantal berekeningen per watt zal zeker nog verder toenemen. Dit betekent niet per definitie dat de energiebehoefte van datacenters zal afnemen. Immers blijft de vraag naar data verwerking de komende jaren alleen maar exponentieel toenemen. Wel betekent het dat de toename in internet gebruik, en dus dataverwerking, niet parallel loopt met de toename in energie- en ruimteverbruik van datacenters. 

 

WIE BEPAALT WAT LAAGWAARDIG IS?

Het artikel van Bakkeren besteedt daarnaast veel aandacht aan restwarmte. We zetten als Nederlandse datacenter industrie hier flink op in en in heel Nederland zijn projecten gaande. Als industrie organiseren we al jaren het restwarmte en innovatie congres om partijen bij elkaar te brengen en kennis te delen samen met overheden. In 2017 hebben we onze restwarmte aangeboden om versnellingen van het gebruik te krijgen. In 2018 hebben we de BENG normering aangepast zodat datacenter restwarmte binnen deze normering valt.

Aan de hand van de Amsterdam Middenmeer Noord casus stelt Bakkeren dat het project amper kostenbesparing oplevert en juist slechter is voor het milieu. Ook hier gaat het om een eenzijdig beeld van het verhaal. MeerEnergie, trekker van het project, heeft inmiddels gereageerd met een uitgebreid artikel waarin diverse aannames en constateringen ontkracht worden. Het project in Middenmeer-Noord is een goed doordacht, prachtig initiatief waar de gemeente met leergeld aan bijdraagt; zulke initiatieven zijn hard nodig om praktijkvoorbeelden te hebben; een proeftuin waarbij kritisch naar het gebruik van (datacenter)restwarmte gekeken kan worden. 

Het Stockholm Data Center Park laat bovendien zien dat de restwarmte filosofie geen utopie is. Daar wordt datacenter restwarmte gebruikt voor het verwarmen van ruim 10.000 gebouwen, via een warmtenet en met verschillende bronnen. Er zijn onder andere rond de 30 datacenters bij betrokken, die warmte leveren aan Stockholm Exergi’s stadsverwarming. Via transport van verwarmd water via een netwerk van 2800 km aan ondergrondse pijpleidingen wordt inmiddels 12 TW aan warmte geleverd per jaar, waarvan 90% hernieuwbaar. Overigens ontvangen de datacenters in Zweden wel een vergoeding voor hun warmte. 

Er wordt in het artikel meermaals verwezen naar datacenter restwarmte als ‘laagwaardig’ dat enkel kan worden ingezet voor nieuwbouwwijken. Opwaardering via de huidige warmtepompen is (nog) niet duurzaam, dus voor oude gebouwen is het enkel interessant als deze volledig geïsoleerd zijn. Dat maakt het niet per definitie minder interessant. Het samenwerkingsverband MRA Warmte Koude, waar we actief in waren, maakt duidelijk onderscheid dat elke wijk en locatie een andere aanpak behoeft. Het besproken D-Cision rapport, een initiatief van de provincie Noord-Holland, is veel beperkter qua onderzoek (maar 5 gesprekken) en scope op het gebied van warmte en hoewel het de grote richting aangeeft in zijn conclusies mist het de nuance. 

Sterker nog: past het niet juist in de visie die we beogen voor de toekomst, namelijk dat alle huizen uiteindelijk goed geïsoleerd worden? Bovendien gaan nog enorme slagen gemaakt worden in de innovaties van warmtepompen. Ook hier geldt dat we te maken hebben met een een puzzel die we in de loop van de jaren verder zullen moeten invullen. 

Restwarmte is dus zeker niet de ‘nutteloze warmte’ zoals deze vrij negatief wordt neergezet in het artikel van Bakkeren. In het artikel wordt bovendien gesuggereerd dat het ‘lozen’ van die restwarmte per definitie een besparing in koeling oplevert voor datacenters. Dit is een onterechte stelling. Een warmte uitwisselsysteem levert warmte af aan het warmtenet waarbij het datacenter de koelte weer retour krijgt. Dit is voor een datacenter een haalbare business case en verbetert daarbij ook weer de energie efficiëntie van het datacenter.  

De term ‘laagwaardig’ is naar ons inziens niet terecht, want het suggereert dat deze warmte vrijwel nergens voor kan worden gebruikt, weinig waarde heeft en niet stabiel kan worden aangeleverd. Dit is zeker niet het geval. De casus van Stockholm maar ook in Nederland gerealiseerde projecten (bv de Eindhoven High Tech Campus en Aalsmeer) bewijzen dat. 

Ironisch genoeg werden beide leveranciers gezien als ‘hoogwaardig’. Datacenters hebben bovendien een hoge leveringszekerheid. Immers zal de digitalisering alleen maar meer doorzetten en wordt bijna alle stroom (rond de 90%), omgezet in warmte. De datacenter temperatuur richtlijnen, uitgegeven door ASHRAE, zijn in 2008 verhoogd en de verwachting is dat door innovaties in IT apparatuur de temperatuur richtlijnen in de toekomst verder naar boven worden aangepast hoewel dit met beleid moet gebeuren. Dit alles maakt de timing en de manier waarop de politiek nu naar datacenters als potentiële leveranciers van warmte optreedt uiterst ongelukkig. 

 

WIE NIET VOORUIT GAAT, GAAT ACHTERUIT

Digitalisering en de energietransitie zijn de grootste uitdagingen waar de wereld ooit voor heeft gestaan en vinden tegelijkertijd plaats. Wat het nog uitdagender maakt, is dat deze twee onderling afhankelijk zijn: het een kan niet zonder het ander. Ook alle ‘slimme systemen’ waar we op vertrouwen om nog meer energie mee te willen besparen staan allemaal centraal in datacenters. 

Op de weg naar een ideale eindsituatie zijn er talloze oplossingen, en al deze oplossingen moeten grondig worden geëvalueerd op kosten en baten. Bakkeren heeft in die evaluatie gekozen voor de kritische bril. Dat heeft enerzijds geleid tot een eenzijdig beeld van de situatie, aan de andere kant helpt het ons ook in het proces om verder te denken. Door ook de andere kant te belichten willen we de mogelijkheden opnieuw scherpstellen en komen we stap voor stap steeds dichterbij een eindresultaat. 

De insteek van onze industrie is het inzetten op vergroenen van onze gebruikte energie, efficiëntie en hergebruik van restwarmte in heel Nederland. Daarom zoeken we al jaren de dialoog op want dit is iets wat je alleen samen kan bereiken. Als digitale industrie beseffen we dat we voorlopers zijn in de veranderingen en proberen we juist daarom onze kennis en uitdagingen te delen maar ook het besef hierin te verhogen. Dit is geen ‘slimme marketing’ maar de inzet om duidelijk weer te geven wat we moeten doen om de digitalisering en verduurzaming van de online industrie succesvol te laten verlopen. Daarvoor moeten op allerlei gebieden en ook op beleidsmatig vlak nog flink veel hordes genomen worden. 

Voor de goede orde: hoewel Amsterdam flink in de spotlight heeft gestaan door de bouwstop, volgens ons een rigoureus en ondoordacht besluit met verstrekkende gevolgen, mag duidelijk zijn dat de uitdagingen die hier spelen zich niet beperken tot Amsterdam. In andere hubs als Londen, Parijs, Dublin en Frankfurt zien we exact dezelfde problemen. De gemeente Amsterdam zoekt een weg om te acteren op haar groene ambities en wij als sector zullen in gesprek blijven totdat we de weg voorwaarts hebben gevonden. 

Een ding is zeker, wie niet vooruit gaat, gaat achteruit. Stilstaan is geen optie.