Datacenters spelen een cruciale rol in onze digitale samenleving, maar hun energie- en watergebruik roept vaak vragen op. Achter de schermen werken operators continu aan innovaties om efficiënter, duurzamer en transparanter te opereren. Nederlandse datacenters behoren wereldwijd tot de meest energie-efficiënte, dankzij slimme koeling, hergebruik van restwarmte en een bijna volledig groene stroomvoorziening. Tegelijkertijd blijft verduurzaming een uitdaging: de groeiende digitale vraag vraagt om balans tussen betrouwbaarheid en efficiëntie.
In 2024 verbruikten datacenters 5 100 GWh elektriciteit, oftewel 4,6 procent van het totale elektriciteitsverbruik van Nederland (CBS, 2025). Hiervan bestaat 99,9% uit groene energie, verkregen door zogeheten power purchase agreements (DDA, 2025). Volgens de International Energy Agency wordt er verwacht dat het elektriciteitsverbruik van datacenters wereldwijd verdubbeld zal zijn in 2030 (IEA).
De meest recente cijfers van het CBS (2021) tonen aan dat het totale watergebruik van de hele informatie- en communicatiesector, waar datacenters deel van uitmaken, relatief laag is. De gehele informatie- en communicatiesector gebruikt namelijk jaarlijks ongeveer 1 miljoen m³ water, wat neerkomt op slechts 0,08% van het totale Nederlandse waterverbruik (1235,6 miljoen m³).
Ter vergelijking: particuliere huishoudens gebruiken jaarlijks 811,7 miljoen m³ (ongeveer 66%) en de industrie 218,6 miljoen m³ (17,7%). Het aandeel van datacenters hierin is dus beperkt.
De doorbraak van kunstmatige intelligentie heeft grote gevolgen voor de datacentersector. AI-toepassingen vragen om grotere hoeveelheden rekenkracht en gespecialiseerde hardware, zoals GPU’s en AI-chips. Dit zorgt voor een toename in energieverbruik, warmteproductie en water- of luchtkoeling.
Tegelijkertijd biedt AI ook kansen. Door inzet van slimme algoritmes kunnen datacenters hun energieverbruik optimaliseren, onderhoud voorspellen en de infrastructuur beter afstemmen op de vraag. Daarmee wordt AI niet alleen een bron van groei, maar ook een hulpmiddel om die groei beheersbaar en verantwoord te maken.
Datacenters creëren een aanzienlijke hoeveelheid warmte, als bijproduct uit de elektrische processen van IT apparatuur. Deze restwarmte kon vroeger nergens voor gebruikt worden, maar met de huidige technologie kan het worden ingezet om onder andere woningen of kantoren te verwarmen. In Nederland zijn er al verschillende datathermie-initiatieven en we zien dat het er steeds meer worden.
Toch is het makkelijker gezegd dan gedaan. De slaging van datathermie vraagt om forse investeringen en de aanwezigheid van een geschikt warmtenet in de omgeving.
Een voorbeeld is het project van Nikhef op Amsterdam Science Park, waar restwarmte 1.300 studentenwoningen verwarmt (Nikhef). Een ander voorbeeld is het datacenter in Groningen van QTS, die aangesloten zijn op WarmteStad en daarmee zo’n 10.000 huizen van duurzame warmte voorziet (QTS).

Blijf op de hoogte van het laatste datacenter nieuws